19 januari
2016

Nieuws

Leider zet medewerker voorop

Het Nationaal Leiderschapsonderzoek bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Aan het kwantitatief onderzoek hebben 332 leiders en 100 werknemers meegewerkt. Voor het kwalitatief onderzoek zijn tien leiders geïnterviewd. Ook uit het kwalitatief onderzoek blijkt dat de mensgerichte stijl de overhand heeft. Dit wordt geïllustreerd door een uitspraak van John Fentener van Vlissingen, oprichter van de BCD Group: “Een leider moet zorgen dat hij vertrouwen heeft in zijn medewerkers en hen, binnen de gestelde grenzen, vrijheid geven. Op deze manier ontplooit het individu zich beter en zal tot betere prestaties komen.” Slechts een kwart van de leiders verwacht dat hun medewerkers ook buiten werktijd bereikbaar zijn en hun email checken. Uit het kwalitatief onderzoek blijkt dat leiders hier wel mee worstelen. Ze verwachten dat medewerkers dat uit zichzelf doen ‘indien nodig’, maar benadrukken anderzijds het belang van een goede ‘work-life balance’.

Vrouwen: hogere effectiviteit

Een meerderheid bij de leiders (58%) en werknemers (60%) vindt dat er meer vrouwen in leidinggevende posities moeten komen. Het percentage vrouwen in leidinggevende posities is nu 30% en  moet naar het gewenste percentage van 50%. Een opvallend argument is dat hiermee de effectiviteit van het managementteam wordt vergroot. Uit het kwalitatief onderzoek blijkt geen steun voor positieve discriminatie of de invoering van een verplicht quotum. De kwaliteit van de kandidaat moet doorslaggevend zijn.

Jong / oud

Uit het onderzoek blijkt dat werknemers vaker vinden dat jonge leiders meer bezig zijn met hun eigen carrière dan met hun mensen. Overigens blijkt uit het kwalitatief deel dat leiders een verband leggen tussen leiderschapsstijl en leeftijd. Er is sprake van jonge geesten in een oud lichaam en vice versa.  


U kunt hier het Nationaal Leiderschapsonderzoek 2015 downloaden.

Het Nationaal Leiderschapsonderzoek is een initiatief van Opleidingsinstituut de Baak, Marketing & PR bureau Winkelman Van Hessen en NRC Q.